Stuur ons je verhaal op, klik hier !!!!!!


Klik hier voor meer webcams !!

Jelmer en Tom- 7 - 6762 keer gelezen
Een deel van dit hoofdstuk van Jelmer en Tom gaat over hun eerste kennismaking, een half jaar eerder, nog voor hoofdstuk 1 van deze serie.

Jelmer was enige tijd voor hij Tom leerde kennen zijn beide Friese grootouders verloren door een ernstig ongeval op de A31, de provinciale weg naar Sneek, destijds ook wel de dodenweg genoemd. Dat feit alleen al had een grote impact op het Leven van Jelmer. Zijn grootvader, opa Hiemstra, was min of meer de tweede vader van Jelmer. Jelmer bracht zijn hele jeugd als enig kleinkind veel tijd met hem door vanwege de regelmatige afwezigheid van beide ouders. Dit, door drukke carrières, heel vaak niet thuis zijn, en in het buitenland werken. Het was daardoor de gewoonste zaak van de wereld geworden dat Jelmer dus veel tijd met zijn grootouders, maar vooral met opa Bouke doorbracht. Samen de natuur in, samen vissen in een roeibootje tot in de late avonden op de Friese meren, hutten bouwen, paardrijden, kampvuren maken, paddenstoelen zoeken en samen kokkerellen en heel veel andere leuke dingen. Tot de dag dat het fatale ongeval plaats vond.

Het leven van Jelmer stond vanaf dat moment helemaal op zijn kop. Waar moest hij nou blijven? Helemaal alleen in een groot koud huis als zijn ouders er voor de zoveelste keer weer eens niet waren. Af en toe kwamen zijn schoolvrienden Tjeerd en Sytzke een avondje, en soms mochten ze blijven overnachten. Ze hielpen Jelmer bij het verwerken van het verlies van zijn beide grootouders alleen al door er voor hem, en ook bij hem te zijn. In het begin toen Jelmer nog erg verdrietig was gaven ze hem zelfs heel vaak een stevige knuffel, Sytzke gaf dan zelfs wel es een kus op Jelmer zijn wang, en had dan zelf ook de tranen in zijn ogen van het medeleven.



Maart 1996. In het weekend als Jelmer zijn ouders thuis waren gingen ze meestal op zondag naar de andere grootouders in de randstad. Maar dat was altijd zo saai, op een flat, midden in een grote drukke stad. Dan zit je daar maar te luisteren naar de gesprekken van je ouders en je grootouders, en verder niks want je kent er niemand en verder heg nog steg, ja, je heb een spannend boek bij je, maar that’s it.

Af en toe liep ik wel es even naar buiten om een luchtje te scheppen, want voor de flat was een grasveld en een pleintje met een oorlogsmonument en een klein winkelcentrum. Er waren daar jongens balletje aan het trappen of een partijtje tennis aan het spelen in de zon. Ik ging dan meestal op de sokkel van het oorlogsmonument zitten om er naar te kijken. Niemand in het bijzonder had aandacht voor een eenzaam Fries manneke. Soms zei iemand wel es ‘hoi’, maar daar bleef het dan ook bij.

Enkele weken later, het was half maart, waren we weer in de randstad. Ik zat weer te luisteren naar de saaie conversatie en hoorde onder ons, in de woning op de begane grond allemaal gebonk, rumoer, stemmen en heen en weer lopen van mensen die het ergens heel druk mee leken te hebben. Ik vroeg wat er beneden aan de hand was. ‘O, zei oma, ‘we hebben sinds deze week nieuwe onderburen gekregen, een leuk gezin met twee kinderen, een leuke jongen en een meisje. Ze zijn nog bezig om alles op orde te krijgen en daarom hoor je af en toe dat ze het er nog druk mee hebben’. ‘De vader des huizes is een collega van je opa’.

Toen ik even later voor het raam stond zag ik een leuke jongen beneden het portiek uit komen lopen. Lang, atletisch, en donker krullerig haar, met een baggy jeans, bruine schoenen en een loshangend houthakkershemd met een wit shirt er onder. Dat moest wel de buurjongen van beneden zijn. Mijn hart sloeg over, wat een knapperd, wat een schoonheid, daar moest ik op af, nu meteen! Haastig m’n schoenen aan en snel naar buiten. Daar zat hij! Precies op de plek waar ik ook altijd zat. Hij zat daar met z’n benen gestrekt, z’n gespierde armen achter zich en zijn sproetenneus rechtuit in het zonnetje gestoken, met zijn kin een beetje omhoog. Hij had z’n ogen dicht. Ik had een strakke 501 aan met een lichtgeel shirtje, een rood baseballjack met witte mouwen en witte sportschoenen. Quasi nonchalant liep ik langs hem heen, keek naar hem, en ging twee meter van hem vandaan zitten met m’n handen in de zakken van het jack.

Ik bleef recht voor me uit kijken en hoorde alleen maar de geluiden en de stemmen van de mensen die een balletje aan het trappen waren of die andere dingen deden. Langzaam draaide ik m’n hoofd iets in de richting van de jongen die een stukje verder naast me zat en keek schuin naar hem met mijn ogen op zijn knappe gezicht gericht. Ik zag zijn van sproeten voorziende wipneus glimmen in het zonlicht en hij had een vage glimlach om zijn mondhoeken. Hoe kon ik nou zijn aandacht trekken, ik kon niet zomaar iets tegen hem gaan zeggen, dat kon echt niet. Maar opeens wist ik het. Het was eigenlijk niet nodig, maar ik pakte mijn inhalator uit mijn binnenzak, stak hem in mijn mond en nam er een teug uit, en dat gaat dan gepaard met een apart maar toch wel aandachttrekkend geluid. Weer keek ik schuin onderuit naar de jongen naast me.

Ik schrok, hij zat met zijn gezicht naar me toe gedraaid en keek me geïnteresseerd aan met een mooie glimlach. Verlegen draaide ik mijn hoofd snel weer recht en keek strak voor me uit. ‘Heb je astma?’ Ik knikte, en keek hem weer aan. ‘Dat is niet zo mooi, maar misschien groei je er wel overheen, je bent nog piepjong’. ‘Ik ben bijna zestien hoor’ zei ik. ‘O’ ,zei de jongen, ‘dan kan dat nog makkelijk’. ‘Ik had je wel iets jonger geschat, mij zien ze altijd voor wat ouder aan’. Hij schoof een heel stuk naar mij op en stak zijn hand naar me uit, en ik gaf hem de mijne. ‘Ik ben Tom Meijer, en ben hier net komen wonen’, hij wees naar de woning. Ik stelde me ook voor, Jelmer Hiemstra uit Oudega in Friesland, maar hij bleef mijn hand vasthouden en me aankijken met zijn glimlachende ogen.

Hij had opvallend mooie groene ogen met een dun zwart randje er omheen. Ik kon hem niet aan blijven kijken en sloeg mijn ogen neer. Hij schoof weer een heel stuk op naar mij toe en kwam bijna tegen me aan zitten, ik kon zijn uitstraling gewoon voelen. Ik vertelde hem dat ik met mijn ouders op visite was bij zijn bovenburen en dat we bijna elke zondagmiddag hier waren. ‘O, dat is leuk, dan zie ik je iedere week’ ,zei Tom. We raakten verder aan de praat om zo tot de ontdekking te komen dat we best wel veel overeenkomstige interesses hadden. We deden zo goed als dezelfde opleiding, hielden van dezelfde soort muziek, uitgaan was niet echt ons ding maar een avondje naar de film was wel leuk. Alleen paardrijden, polsstokspringen, en vissen was hier jammer genoeg niet aan de orde, ha ha ha.



‘Heb jij wel es verkering gehad?’ Vroeg ik zo langs m’n neus weg aan Tom. ‘Nee’ ,zei Tom, ‘daar heb ik tot nu toe nog geen tijd voor gehad, misschien later, na mijn opleiding. ‘Je ziet er anders heel goed uit’, waagde ik mezelf hem te zeggen, ‘alle meiden zouden achter je aan moeten zitten’. ‘Nee hoor’, lachte Tom, dat valt wel mee, ‘ik hou ze voorlopig nog even op afstand’. ‘En jij’, heb jij wel es wat met een meisje gehad’, vroeg hij met een bedenkelijk gezicht. Ik schudde alleen m’n hoofd. Toen zei Tom plotseling iets heel confronterend waarvan m’n hart minstens drie keer achter elkaar oversloeg. ‘Misschien van je wel op jongens?’. Er schoot meteen een grote kikker in m’n keel, en waar die zo plotseling vandaan kwam dat weet ik niet, maar ik kon niet anders dan hoestend een schor antwoord terug geven. ‘Nee hoor, ik ben nog veel te jong voor al dat soort flauwekul, ik ben er nog niet zo heel erg mee bezig’. Kuchend schraapte ik mijn keel en voelde hoe ik een knalrode kop had gekregen. Dat kan toch, van het hoesten?

Ik keek snel even naar Tom en meteen weer recht en strak voor me uit, Hij zat me nog steeds glimlachend en nogal ondeugend aan te kijken. ‘Als je bijna elke zondag toch hier ben dan zouden we best wel es goede vrienden kunnen worden’ ,zei Tom. ‘Ik vind je een hartstikke aardig jochie, dan kunnen we samen leuke dingen doen. Ik knikte alleen maar met een blij gezicht, maar m’n hele lichaam juichte, yesss. Ik keek hem weer aan en zag nogmaals zijn uitgestoken hand. ‘Hand er op’, zei Tom. Ik stak mijn hand ook uit, en vanaf dat moment was onze prille vriendschap zo goed als bezegeld, al zou het nog minstens een half jaar duren voordat het voor ons beiden een wat concretere vorm zou krijgen. We leerden elkaar wel heel goed kennen, we belden vaak en Tom is zelfs een keer in Friesland wezen logeren maar verder dan dat kwam het niet ondanks dat we dat beiden wel heel graag wilden.

Het heden, zaterdagmiddag 26 oktober 1996. Het was vandaag braderie van de middenstand, oftewel het Oktoberfest recht tegenover de flat. Het podium op het veldje voor de flat was al opgebouwd en vandaag was voor mij de grote dag. Ik zou vanavond een gastoptreden mogen doen met een jongerenband “The Floaters”. Waarom ze zich zo noemden had te maken met de roeivereniging waar Tom ook lid van was. Vandaar zijn gespierde armen, dat was van het wedstrijdroeien op de Vecht. We hadden alleen rond de middag een vervelend telefoontje gekregen van de bandleider. Het nummer wat ik speelde zou ik niet met mijn Franse vertaling maar met de originele Engelse tekst moeten laten horen. Het publiek zou het hoogstwaarschijnlijk meer waarderen als het in een verstaanbare taal te horen was, vonden ze. Ik baalde er stevig van dat ze dat besluit buiten mij om zomaar genomen hadden.

Tom wilde wel van me weten waarom ik het nummer zo graag in de Franse vertaling wilde laten horen. Nou, dat had alles te maken met het feit dat ik het nummer opdroeg aan m’n omgekomen grootouders uit Friesland. Zij waren voor mij nu de “spirits in the sky”, zo had ik het samen met m’n vader bedacht en ook het nummer geoefend op de gitaar, thuis achter het huis in de garage. In het Frans kon ik op de een of andere manier de emoties van me af zetten, en in het Engels lukte dat niet, hoe dat precies zit weet ik niet, maar zo werkt het bij mij wel. Maar dan kwamen misschien wel heel toepasselijk de tranen en het verdriet van het verlies op de proppen, en daar zat ik nou niet bepaald op te wachten. Maar goed, ik durfde het wel te proberen.

Tom had al dagen van tevoren sms’jes rondgestuurd naar zijn klasgenoten met de mededeling van mijn live optreden met een supermooi gitaarnummer. Hij had me in ieder geval wel bekend gemaakt als zijn grote vriend Jelmer, en niet als zijn broertje of neefje. Dat was voor mij in ieder geval niet alleen een grote meevaller, maar ook een flinke opsteker. We konden volgens Tom wel verwachten dat een groot deel van het college vanavond ook aanwezig zou zijn, allemaal nieuwsgierig naar hun toekomstige studiegenootje. In de loop van de middag begon ik als nuchtere Fries langzaam aan toch wel wat last te krijgen van iets wat leek op plankenkoorts want dit was voor het eerst dat ik voor publiek mijn muzikale ambities etaleerde. De verwachting was dat er vanavond minstens vijfhonderd tot wel duizend mensen bij de voorstelling zouden zijn.

In de namiddag begon de barbecue, en dat was best wel gezellig. Met een dikke jas aan buiten voor de flat worstjes en hamburgers bakken. Voor de kinderen waren er pannenkoeken en poffertjes. The Floaters stonden al op het podium en zorgden voor gezellige muzikale ondersteuning. Langzaam begon het steeds drukker te worden. Tom stelde me voor aan enkele leerlingen uit zijn groep waar hij veel mee omging en met wie ik de maandag na het weekend ook te maken zou krijgen. Dat waren Ivonne, Veronica, Roger en Patrick. Leuke lieve jonge mensen waar ik het vast wel goed mee zou kunnen vinden. Er waren nog veel meer jongelui van onze groep aanwezig maar daar zou ik later nog wel kennis mee maken.

Het was inmiddels tien uur in de avond geweest en het was donker. Het enige licht kwam nog van de straatverlichting en de verlichting op het podium. The Floaters speelden hun repertoire, niet echt mijn ding, wat rock en roll-achtige nummers. De grasmat was al behoorlijk gevuld met mensen en hier en daar werd er gedanst, maar de meeste mensen stonden in groepjes te praten en te drinken. Op een gegeven moment stopten de muzikanten en namen even de tijd voor een korte pauze. Maar niet zonder mij van tevoren al vast aan te kondigen. ‘Dames en heren!!!’, klonk het uit de speakers. ‘Na de pauze een gastoptreden van Jelmer Hiemstra met het nummer “Spirit In The Sky”,over tien minuten zijn we weer bij u terug’.



De zenuwen gierden nu echt wel door me heen, en dan zoals ik, er op zijn Fries nuchter en rustig uit wil blijven zien, nou, dat lukte me nu dus niet helemaal, ik poepte bijna in me broek, ha ha! We stonden voor het podium, Tom had mijn gitaar achter op zijn rug hangen, en we liepen vast om, naar de achterkant van het podium, want ik zou van achter naar voren lopend voor het publiek opkomen. Tom keek me even aan met zijn mooie groene ogen terwijl ik mijn emotieknop inmiddels al had omgezet, die stond op uit. Ik zal het nooit van m’n leven vergeten, hij zei, ‘Nou jochie, mijn kindje, doe je best, ik hou van je, je ben mijn lieve schattebout, je kan het!’. Hij gaf me een stevige dikke knuffel met een snelle kus en reikte me mijn gitaar aan.

De tien minuten waren voorbij en de eerste introductietonen van de band klonken. Ik liep naar voren. De stem van de bandleider klonk, dat was de man met de akoestische gitaar. Dames en Heren, mag ik aan u voorstellen, Jelmer Hiemstra!!! Ik liep tussen de instrumenten door naar mijn microfoon voor op het podium en plugde mijn gitaar aan. Rien, de basgitarist kwam naast me staan in het volle spotlicht. Mijn stem klonk, ‘het volgende nummer wat ik voor u mag spelen draag ik op aan mijn grootouders die in Friesland bij een auto-ongeluk om het leven zijn gekomen. Vervolgens had ik de leiding, zette de eerste tonen in en de rest van de band volgde als vanzelf. https://www.youtube.com/watch?v=3TDtUATAjnE
Norman Greenbaum 'Spirit In The Sky' (greg wilson edit)

Ik speelde een lang instrumentaal intro om mijn tekst zo lang mogelijk uit te stellen en had daardoor ook even de tijd om het publiek in me op te nemen en om me heen te kijken. Dit intro trok dus de aandacht van de meeste mensen. Iedereen begon mee te klappen op het ritme van de tonen, hele groepen stonden al te springen en te dansen. En het leek wel alsof uit alle hoeken en gaten nog veel meer mensen op de muziek afkwamen. Ik begon met Rien samen aan de ingestudeerde dans/loopjes en het publiek reageerde daar meteen op, ze begonnen te juichen en te fluiten als we onze gitaar een slinger gaven en het ding dan een slag in de rondte draaide. Dit zag er ten minste uit als professionele performance.

Tom stond vlak voor het podium op en neer te springen met zijn armen omhoog. Om hem heen stond de rest van onze college groep. Toen kwam mijn tekst. Al bij de eerste zin brak mijn weerstand en voelde ik mijn tranen opkomen. Maar ik zou echt nergens aan toegeven. Met een stalen gezicht zong ik mijn tekst terwijl de tranen in overvloed langs m’n wangen stroomden. Dit haatte ik want ik had zelf gekozen voor de lange versie omdat ik wist dat de mensen dit zouden waarderen. Tussen mijn songteksten door speelden we lange stukken instrumentaal om de sfeer vast te houden. Heel veel mensen hadden een brandende aansteker omhoog gestoken en ik zag flitsen van foto’s die gemaakt werden. Meer dan duizend paar ogen keken naar mij. Het laatste stuk van het nummer was gelukkig lang instrumentaal en aflopend naar het slot, dus ik had even de tijd om bij m’n positieven te komen. De hele voorstelling duurde ruim dertien minuten, maar nadat de laatste tonen waren vervlogen stak ik een vuist omhoog en riep hard in de microfoon, ‘Friesland Boppe, Friesland Boppe!!! Ik snikte nu echt en liet m’n tranen de vrije loop. Het publiek juichte en riep me na, ‘Friesland Boppe!!!

Ik draaide mijn gitaar op m’n rug en sprong huilend van het podium af, recht in de armen van Tom. Hij sloot me helemaal in zijn armen en sloeg zijn warme dikke jas om me heen. Ik was zo koud als een ijsklontje want ik had alleen maar een dun T-shirtje aan in de kille avond kou. Met zijn armen strak om me heen geslagen hield hij me stevig tegen zich aangedrukt. Van alle kanten om ons heen werd ik op mijn rug geklopt en gewreven, handen gingen door m’n haar en ik werd luidkeels geprezen. Wat voelde ik me goed.

De mensen om ons heen waren bijna allemaal leerlingen van het college, en iedereen wilde me zien, van dichtbij meemaken en aanraken. Iedereen vond me op dat moment interessant, een artiest en een held. Dat ik dit kon en dat ik het durfde, ze vonden het geweldig. Ik veegde de tranen van mijn gezicht en gaf zoveel mogelijk mensen een hand en stelde me voor; ‘Jelmer, vriend van Tom’. Maar na een poosje handen schudden keek ik Tom aan. “Tom, Tommie?’ Hij keek terug. ‘Ik wil naar huis, ik wil naar binnen, nu’, zei ik, ‘ik heb het zo koud’, ik rilde en bibberde. Hij keek me lachend aan, ‘kom maar hier’. Hij pakte me beet met een arm om mijn nek, in de andere hand mijn gitaar, en zo liepen we naar de voordeur, het was maar honderd meter.

Binnen was het donker, er was niemand. Er brandde alleen een lampje in de huiskamer. Tom plofte op de bank neer en ik ging op zijn schoot zitten met mijn gezicht naar hem toe, en mijn knieën op de bank. Ik wist hoe ik hem kon laten smelten en keek hem daarom heel zielig aan met mijn grote bruine ogen van heel dichtbij. Hij sloeg zijn armen om me heen en knuffelde me. Zijn hand ging onder m’n shirtje en hij wreef me warm over m’n blote rug. We gaven elkaar kleine kusjes en ik streelde zijn lieve gezicht. Ik fluisterde hem in zijn oor, ‘ik ben verliefd op jou’, ‘maar ik nog meer op jou’, fluisterde Tom terug met zijn liefste glimlach. Met zijn hand tussen ons in voelde hij met z’n vingertoppen tussen mijn benen. Ze gleden over mijn bobbel. ‘Je bent helemaal hard’, zei Tom, en keek er bij alsof hij erg verbaasd was. ‘Dat is jouw schuld’ ,zei ik hem een pruillip.

Hij ging staan, ik sloeg mijn benen om hem heen en mijn armen om zijn nek. Zijn handen ondersteunden mijn kontje en zo droeg hij me naar onze slaapkamer. Languit werd ik op ons bed gelegd en uitgekleed. Tom zat naast me op de rand van het bed en streelde mijn bovenbenen, mijn liezen en mijn platte buik. Hij boog voorover, en met het puntje van zijn tong ging hij vanaf mijn ballen recht omhoog, helemaal naar het topje. Ik huiverde en kantelde mijn heupen omhoog. Ik voelde zijn vingertoppen over mijn buik bewegen en hoe hij behoedzaam mijn voorhuid naar beneden trok. Zijn mond drukte hij op een van mijn tepels en hij zoog er op alsof hij een dorstige baby was. Ik schokte met mijn heupen en met een gedempte kreun begon ik gigantisch te spuiten en te spuiten, het leek wel of er geen eind aan kwam. Buiten was het donker en klonk nog steeds het geroezemoes van de mensen….



Copyright © www.oops.nl
----oops.nl----
Home
Sexverhalen
Hetero
Eerste keer
Homo
Lesbisch
Plassex
Tieners
SM
Groepsex
Overspel
Familie
Bisex
Overige
Partners